Hoofdstuk 4 · 4.6
Afbeeldingen, vormen en tekstvakken
Op het tabblad Invoegen zet je van alles in je document: afbeeldingen (1), vormen (2), tekstvakken (3), sierlijke tekst met Tekst Art (4) en grafieken (5).

Een afbeelding invoegen
Klik op Afbeelding en kies waar de afbeelding vandaan komt:
- Afbeelding uit bestand: een foto of logo van je computer;
- Afbeelding uit URL: een afbeelding van een internetadres;
- Afbeelding van opslag: een afbeelding die al in je WebOké Nextcloud staat.

Je kunt een afbeelding ook gewoon naar het document slepen, of kopiëren en plakken.
Een afbeelding aanpassen
Klik op de afbeelding. Met de bolletjes op de hoeken maak je hem groter of kleiner; houd daarbij Shift ingedrukt, dan blijft de verhouding gelijk. Rechts in het paneel Afbeeldingsinstellingen kun je de afbeelding bijsnijden, draaien en spiegelen.
Met Tekstterugloop op het tabblad Pagina-indeling (of Terugloopstijl in het menu onder de rechtermuisknop) kies je hoe de tekst om de afbeelding loopt. Inline zet de afbeelding als een letter in de regel. Met Vierkant, Strak of Door loopt de tekst eromheen, met Boven en onder staat de afbeelding op een eigen regel. Achter en Vooraan zetten de afbeelding achter of voor de tekst.
Vormen en tekstvakken
Klik op Vorm en kies een rechthoek, pijl, ster, tekstballon of een andere vorm. Sleep in het document om de vorm te tekenen. Dubbelklik op de vorm om er tekst in te typen. In het rechterpaneel kies je de vulling, de rand en de schaduw.

Een tekstvak is een vak met tekst dat je los van de gewone tekst overal neer kunt zetten, bijvoorbeeld voor een opvallend citaat of een kader met contactgegevens.
Tip: zet een afbeelding met een onderschrift eronder via Verwijzingen en dan Onderschrift. Dan krijgen al je figuren automatisch een nummer.
